Twentse levenslessen (147)

“Er zijn ergere soorten armoede dan geldgebrek”, zo laat de schrijver van de spreuk van deze week weten. Eerlijk gezegd kan ik mij dat niet goed voorstellen, temeer omdat geldgebrek vaak gepaard kan gaan met gezondheidsproblemen, met uitsluiting en met schulden. Ook de kinderen hebben daardoor vaak slechtere kansen. Dat vandaag de dag zoveel meer kinderen kunnen studeren, heeft alles te maken met de verbetering van de arbeidsomstandigheden. Dat in mijn jeugd, al een tijdje geleden, het overgrote deel van de kinderen met 15 jaar aan het werk gingen was denk ik grotendeels een armoedeprobleem. Enkelen gingen naar de huishoud- of ambachtsschool en er was één jongen die naar de HBS ging. In het woord “hogere burger” zat al verscholen dat het niet om arbeiderskinderen ging. En nog steeds is er veel werk aan de winkel als het om armoede gaat

Op 16 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Ik vroeg mij af aan wie zou ik mijn stem willen geven. Niet alleen de ideeën tellen, geleidelijk aan heb ik iets toegevoegd, dat is dat het iemand is die in woord en gebaar een voorbeeld is voor mijn kleinkinderen . Die alles doet zodat kinderen zich geïnspireerd voelen om wat van hun leven te maken. Vaak zijn het ouders of leraren die inspiratie leveren, het kan ook ieder ander zijn, dus ook iemand die zich op een kieslijst heeft laten zetten.