Buitenmomentjes (29)

Enkele weken geleden heb ik eens wat geschreven over de Helmerhoekweg, een weg die vroeger door onze wijk liep en waar nog een paar herkenningspunten zichtbaar van zijn. Ook ken ik nog veel van de nabestaanden uit de tijd die ik doorbracht in de Broekheurne, dat tegenwoordig Buurtschap Broekheurne heet.

Er staan enkele boerderijen, waarvan sommige niet meer als boerenbedrijf dienst doen. Aan de Grootbruninkstraat had je een lagere school, die er nog steeds staat en je had het Café ter Riet, beter bekend als Meisters Mina. Voor de oudere Enschedeërs wel bekend, vroeger met de ponyhof, de geitjes en de ren met vogels en later de voetbalverenigingen. Inmiddels staat daar, op die grond, een nieuwbouwwijkje met grote huizen. Slechts de herinneringen zijn er nog in mijn hoofd.

Hoe kwam ik daar zo terecht, als kind uit een gezin van zes kinderen… ? Het was mei 1972 en ik fietste als 12 jarige op mijn fietsje in de buurt van de vuilnisbelt, best een eindje vanaf de Wesselerbrink, waar wij woonden. Net als nu nog trok het buitenleven mij toen ook al aan en ging ik op onderzoek uit, ik vond daar in de sloot een fiets, een prachtige nieuwe fiets, zomaar in de sloot en er was niemand te zien. Op een gegeven moment kwam er een oude man aangefietst, in blauwe kiel, pet op en op klompen, hij sprak mij aan en vroeg wat ik hier zo alleen deed, ik vertelde van de fiets en hij zei: “oh die kan wel gestolen zijn of is misschien wel van een stroper…”. Ook vertelde ik dat mijn opa en oma, van vaders kant , op een boerderij woonden en dat ik dat erg leuk vond. De man zei dat ik maar met hem mee moest gaan, naar het land in het “ven”, daar was zijn zoon aan het hooi schudden. Zo gezegd, zo gedaan. Ik ging dus met een wildvreemde man mee naar een stuk land nog verder weg. Tegenwoordig zou dat raar zijn, iemand die een kind meeneemt zou zomaar opgepakt kunnen worden en we weten ook allemaal dat kinderen niet met vreemden mee mogen gaan. Een kind zou de smartphone pakken en gelijk 112 bellen en zeggen dat een vreemde man vraagt om mee te gaan, ik hoor de sirenes al… Maar in die tijd kenden we geen mobiele telefoons, geen computers en konden we dus niet iemand waarschuwen.

Afijn, ik vond het prachtig dat ik mee mocht naar het land en mocht kennismaken met een boer op een tractor… niks angst, gewoon spannend, leuk spannend. Tussen de middag mocht ik met hun mee naar huis en daar kreeg ik een boterham, mocht op de tractor zitten en maakte kennis met de rest van de familie, waaronder een jongetje van mijn leeftijd en een iets jonger meisje. De kinderen vonden het leuk dat ik er was en ze vroegen of ik zaterdag weer kwam, dat deed ik en ik bleef weer komen, groeide daar op, sprak ze aan als vader, moeder, opa en oma en ook met mijn eigen ouders en hun, kregen we een band. Op mijn dertiende leerde ik melken met de hand, Grietje 89 was de pineut, deze koe was al oud en had een groot uier met mooie spenen, ik kreeg een krukje en een emmer en zo leerde ik een koe melken. Dat gebeurde in de “Tip” zoals dat heette, een stuk grond, dat nu grenst aan het fietspad bij de Boerskottenhoek / Helmerhoekweg, dat nu Grootbruninkstraat heet en de Usselermarkeweg, dit stuk grond is nu van de fam. Weldink, naar mijn weten.

Van de dag in mei 1972 tot de dag dat de boerderij verkocht werd in mei 2003 en de inmiddels bejaarde mensen naar het bejaardentehuis gingen, heb ik daar al mijn vrije tijd doorgebracht. Koeien melken aan de melkmachine, varkens voeren, biggetjes vangen, wat inhoud dat ik achter het varken zat tijdens de geboorte van de biggetjes en zodra er weer één geboren werd, ving ik hem op, knipte de navelstreng door en wreef het beestje schoon met stro en legde het of onder de warme lamp of legde het bij de moeder aan de tit, zoals we dat toen zeiden. Melken deed je aan een melkmachine die in de wei stond, waar de koeien aan gebonden werden, de motor werkte op gas en je moest een flinke slinger geven voor dat de motor in werking trad, er waren twee melkemmers, met slangen die aan een kraantje werden bevestigd waardoor er vacuüm op de emmer kwam, aan de emmer zaten slangen en aan het eind de vier tepelhouders, aan iedere tepel een houder en de melk kwam zo in de emmer terecht, zodra de melk uit de koe was werden de houders weer verwijderd door het kraantje te sluiten en de lucht eruit te laten, de emmer werd geleegd in een melkzeef dat op de bus stond. De bus en de zeef staan nu nog steeds als herinnering bij mij in de woonkamer.

Alle koeien hadden een naam en daar luisterden de meesten wel naar, tenminste dat dacht je, misschien reageerden ze wel op je stem. Als de koeien achter in de wei waren kon je ze ophalen, maar je kon ze ook roepen, door met hoge stem snel achter elkaar “kieskieskies” te roepen, kwamen ze aangehold. Zo ging dat. Tegenwoordig gaat het allemaal anders met het melken, of je hebt een moderne boerderij met een melkrobot of je hebt een melkput, gewoon in de loopstal bij huis, niet meer ‘s morgens door weer en wind naar de wei om te melken, maar gewoon bij huis in de stal.

Zo veranderen de dingen van vroeger in wat het nu is. Vroeger gingen we hooien en werd het hooi geperst in lagedrukbalen, die kon je gemakkelijk op de wagen pakken, later werden dat hogedrukbalen, die waren mooi rechthoekig , maar ook veel zwaarder, wat hebben we daar mee geworsteld. Tegenwoordig heb je allemaal opgerold hooi in plastic en wordt het met de voorlader van de trekker verplaatst. Veranderingen met de tijd… In 1972 kreeg ik daar ook mijn eerste konijn en tot de dag van vandaag heb ik altijd konijnen gehouden. In deze hobby is voor mij niet veel veranderd, de hokken zijn net als vroeger zelf gemaakt, naar een model van voor mijn tijd gebouwd, ik gebruik net als toen nog altijd stro en hooi en bestel het voer dat aan huis wordt bezorgd.

De boerderij is wel veranderd, deze boerderij aan de Geessinkweg in Enschede is nadat deze verkocht is afgebroken en opnieuw opgebouwd, hiermee is alles wat mij lief was uit die tijd verdwenen, wat nog rest zijn de grote eiken, die mij vast nog kennen, de schuren zijn uiterlijk nog hetzelfde, de weilanden zijn omgeven door een houten afzetting, geen draad meer en geen betonpaaltjes meer die altijd met witkalk werden gewit… Volgens mij is de eerste steen van de oude boerderij (1843) nog teruggeplaatst in de huidige woning, de tekst: “De misgunt der mensen kan ons niet deren, als wij maar hebben de zegen des Heren… “…. ( beetje ruim vertaald) .. die herinner ik mij nog.

Als je het weggetje naar het huis inreed, kwam je dus bij de boerderij, de “niendeur”, dat was de grote deur waar je de stal inliep, eigenlijk is deze kant het postadres, omdat hier de deur was, maar in werkelijkheid lag de voordeur aan de voorkant, met zicht op de daar lopende Haverkateweg, de boeren hebben allemaal naast hun achternaam ook nog een bijnaam en zo worden ze met de bijnaam aangesproken, in het Twents kwam hier de naam “Haverköt “ voort uit de Haverkateweg en al snel had ik de naam “Wim van Haverköt” . Aan de zijkant van de boerderij had je een zijdeur, deze werd door iedereen gebruikt, dit was voor hun de ingang naar de woning, ook hier kwam je op de deel terecht, waar links de koeien ‘s winters aan de paal stonden, ofwel aan de “reppel”.. Daar voor op de deel bij de koeien stond een fornuis en een gaskookplaat, toen nog op een gaspot aangesloten, later op aardgas. Er stonden een tafel met stoelen met riet bekleed, daar zaten we iedere morgen na het melken te eten, “eierbotter en hoofdkaas”, mijn favoriete broodbeleg 🙂 . Hoewel brood Roggebrood was en stoet brood, at ik dus stoet, want ik was toen nog niet zo weg van roggebrood.

Daarnaast was een klein kamertje, een luie stoel en een hoge stoel, een tafel en een zwart wit tv, het kleine köknske , de ruimte waar we ‘s avonds zaten, ook vaak om te jokeren, een kaartspel. Achter het fornuis was de grote kökn, ofwel de nette kamer, waar alleen gebruik van werd gemaakt met de feestdagen of met een verjaardag. Tegeltjes aan de muur en ook in de beginjaren nog kokosmatten als vloerbedekking, wat later tapijt werd, daaromheen diverse slaapkamers. Op de deel had je ook de “mel-kamer”, hier stond de vriezer en stonden de weckflessen en de grote stenen potten met zuurkool en ook de boodschappen. Een ruimte verder was een hok waar in de kasten de nette kleren hingen en in de hoek was het “huuske” ofwel de wc.

In de winter stonden er 12 koeien op de deel, de rest van het vee stond in de schuur. Het waren mooie tijden, maar dat is met de tijd veranderd. Er lopen nu paarden, geen koeien meer en geen varkens, zoals in mijn herinnering, Soms doet dat nog wel pijn als ik er langs fiets, maar dat is de verandering van de tijd, gelukkig heb ik nog de herinneringen in mijn hoofd, meerdere foto’s die ik hierbij plaats en met enkele nabestaanden nog een goed contact om nog eens over vroeger te praten. Een mooie tijd, die met de tijd is veranderd en nooit meer wordt zoals het was.

Maar ja, in deze moderne tijd wordt de jeugd, ook bij de boeren, grootgebracht met technieken die over veertig jaar ook weer oud zijn, dat maak ik dan niet meer mee. En dat jongetje en dat meisje van toen, die zijn inmiddels ook al opa en oma geworden, maar het contact met hun is altijd gebleven en zal er ook altijd zijn. Met de tijd is er veel veranderd, maar die vriendschap is gebleven.

Wim Boers.